Psalmen
051 Ontferm U God, ontferm U, hoor mijn klacht,
052 Waarom toch het kwaad zo te prijzen,
053 De dwaas zegt in zijn hart: `Er is geen God',
054 O God, verlos mij door uw naam!
055 God, laat mij smekend tot U treden,
056 Wees mij genadig, Heer, want een geweld
057 Wees mij genadig, Heer, wees mij nabij,
058 Gij hoge raad, bijeen gekomen
059 Kom, Heer, mij uit de hand bevrijden
060 O God, die ons verstoten had,
061 O Here, verhoor mijn smeken. Haast bezweken
062 Mijn ziel is stil tot God mijn Heer,
063 Mijn God, Gij zijt mijn toeverlaat,
064 Behoed mij, Heer, hoor naar mijn klagen!
065 De stilte zingt U toe, o Here,
066 Breek, aarde, uit in jubelzangen,
067 God zij ons gunstig en genadig.
068 God richt zich op, de vijand vlucht;
069 Red mij, o God, het water stijgt en stijgt,
070 Haast U om mij te redden, God!
071 HEER, laat mij schuilen in uw hoede,
072 Geef, Heer, de koning uwe rechten
073 Ja, God is goed voor IsraŽl,
074 Waarom, o God, verstoot Gij voor altoos,
075 U alleen, U loven wij,
076 God wordt geŽerd in IsraŽl,
077 Roepend om gehoor te vinden,
078 Mijn volk, ik ga geheimen openleggen.
079 O God, nu zijn de heidenen gekomen,
080 O God van Jozef, leid ons verder,
081 Jubelt God ter eer,
082 God staat in 't midden van de goden,
083 Zwijg niet, o God, verhef uw woord,
084 Hoe lieflijk, hoe goed is mij, HEER,
085 Gij waart goedgunstig voor uw land, o HEER,
086 Hoor mij, HEER, wil antwoord zenden,
087 Op Sions berg sticht God zijn heilge stede.
088 HEER, die mijn heil, mijn helper zijt,
089 Ik zal zo lang ik leef bezingen in mijn lied
090 Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen
091 Heil hem wien God een plaats bereidt
092 Waarlijk, dit is rechtvaardig / dat men den HERE prijst,
093 De HEER is Koning, Hij regeert altijd,
094 Verschijn in lichtglans, God der wrake!
095 Steekt nu voor God de loftrompet,
096 Zingt voor den HEER op nieuwe wijze,
097 Groot Koning is de HEER. / Volken, bewijst Hem eer,
098 Zingt een nieuw lied voor God den HERE,
099 God is Koning, Hij / sticht zijn heerschappij.
100 Juicht Gode toe, bazuint en zingt.