Psalmen
001 Gezegend hij, die in der bozen raad
002 Wat drijft de volken, wat bezielt ze toch?
003 O HEER, de vijand stelt zijn overmacht in 't veld
004 Laat als ik roep mij op U hopen,
005 Laat mij, mijn Koning, tot U spreken.
006 HEER, toon mij uw genade,
007 HERE mijn God, Gij hoedt mijn leven,
008 HEER, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
009 Met heel mijn hart zing ik uw eer,
010 Hoe komt het, HEER, dat Gij zo verre zijt?
011 Ik schuil bij God. Hoe kunt gij dan nog zeggen:
012 Breng redding, HEER, de vroomheid is geweken.
013 Hoe lang, HEER, gaat Gij mij voorbij?
014 De dwaas zegt in zijn hart: `Er is geen God',
015 Wie zult Gij noden in uw tent,
016 Bewaar mij, want ik schuil bij U, o God,
017 Hoor, Heer, Gij God van trouw en recht,
018 Ik heb U lief van ganser harte, HERE.
019 De hemel roemt den Heer, / het firmament geeft eer
020 Moge de Heer u antwoord geven
021 O HEER, de koning is verheugd!
022 Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij
023 Ik wil van God als van mijn Herder spreken.
024 De aarde en haar volheid zijn
025 HEER, ik hef mijn hart en handen
026 O HEER, op wie ik pleit,
027 Mijn licht, mijn heil is Hij, mijn God en HERE!
028 Ik roep tot U, mijn rots, mijn HERE!
029 Gij die hoog verheven zijt,
030 Dank, HEER, Gij hebt het niet gedoogd,
031 Op U vertrouw ik, HEER der heren,
032 Heil hem, wien God zijn ontrouw heeft vergeven
033 Komt nu met zang en roert de snaren,
034 Ik loof den HEER altijd.
035 Twist, HERE, met mijn twisters, strijd
036 De zonde die de zondaars vleit
037 Wees niet afgunstig op de goddeloze,
038 Laat toch niet uw toorn, o HERE, / mij verteren,
039 Ik zeide wel: Nu let ik op mijn weg
040 Met heel mijn hart heb ik de HEER verwacht,
041 Heil hem die den geringe helpt in nood,
042 Evenals een moede hinde
043 O God, kom mijn geding beslechten,
044 Heer, wat de vaderen vertelden
045 Met luider stem breng ik de koning hulde
046 God is een toevlucht t'allen tijde,
047 Volken weest verheugd, / jubelt, toont uw vreugd,
048 De HEER is groot, zijn lof weerklinkt
049 Bewoners van de wijde wereld, hoort.
050 De HEER die leeft, de God der goden spreekt,
051 Ontferm U God, ontferm U, hoor mijn klacht,
052 Waarom toch het kwaad zo te prijzen,
053 De dwaas zegt in zijn hart: `Er is geen God',
054 O God, verlos mij door uw naam!
055 God, laat mij smekend tot U treden,
056 Wees mij genadig, Heer, want een geweld
057 Wees mij genadig, Heer, wees mij nabij,
058 Gij hoge raad, bijeen gekomen
059 Kom, Heer, mij uit de hand bevrijden
060 O God, die ons verstoten had,
061 O Here, verhoor mijn smeken. Haast bezweken
062 Mijn ziel is stil tot God mijn Heer,
063 Mijn God, Gij zijt mijn toeverlaat,
064 Behoed mij, Heer, hoor naar mijn klagen!
065 De stilte zingt U toe, o Here,
066 Breek, aarde, uit in jubelzangen,
067 God zij ons gunstig en genadig.
068 God richt zich op, de vijand vlucht;
069 Red mij, o God, het water stijgt en stijgt,
070 Haast U om mij te redden, God!
071 HEER, laat mij schuilen in uw hoede,
072 Geef, Heer, de koning uwe rechten
073 Ja, God is goed voor IsraŽl,
074 Waarom, o God, verstoot Gij voor altoos,
075 U alleen, U loven wij,
076 God wordt geŽerd in IsraŽl,
077 Roepend om gehoor te vinden,
078 Mijn volk, ik ga geheimen openleggen.
079 O God, nu zijn de heidenen gekomen,
080 O God van Jozef, leid ons verder,
081 Jubelt God ter eer,
082 God staat in 't midden van de goden,
083 Zwijg niet, o God, verhef uw woord,
084 Hoe lieflijk, hoe goed is mij, HEER,
085 Gij waart goedgunstig voor uw land, o HEER,
086 Hoor mij, HEER, wil antwoord zenden,
087 Op Sions berg sticht God zijn heilge stede.
088 HEER, die mijn heil, mijn helper zijt,
089 Ik zal zo lang ik leef bezingen in mijn lied
090 Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen
091 Heil hem wien God een plaats bereidt
092 Waarlijk, dit is rechtvaardig / dat men den HERE prijst,
093 De HEER is Koning, Hij regeert altijd,
094 Verschijn in lichtglans, God der wrake!
095 Steekt nu voor God de loftrompet,
096 Zingt voor den HEER op nieuwe wijze,
097 Groot Koning is de HEER. / Volken, bewijst Hem eer,
098 Zingt een nieuw lied voor God den HERE,
099 God is Koning, Hij / sticht zijn heerschappij.
100 Juicht Gode toe, bazuint en zingt.
101 Ik wil, HEER, in mijn lied de zegeningen
102 HEER, hoor mijn gebed, laat blijken
103 Zegen, mijn ziel, de grote naam des HEREN,
104 Mijn ziel, verheerlijk God om zijne macht.
105 Looft God den HEER, en laat ons blijde
106 Looft nu den HEER, want Hij is goed,
107 Gods goedheid houdt ons staande
108 Mijn hart is, Heer, in U gerust.
109 God die ik loof te allen tijde,
110 De HERE God heeft tot mijn heer gesproken:
111 Van ganser harte loof ik Hem
112 God zij geloofd en hoog geprezen.
113 Prijst, halleluja, prijst den HEER,
114 Toen IsraŽl uit Egypteland ging,
115 Niet ons, o HEER, niet ons zij eer gewijd,
116 God heb ik lief, want die getrouwe HEER
117 Looft, alle volken, looft den HEER,
118 Laat ieder 's HEREN goedheid prijzen,
119 Welzalig wie de rechte wegen gaan,
120 Ik hief mijn stem in vrees en beven
121 Ik sla mijn ogen op en zie
122 Hoe sprong mijn hart hoog op in mij,
123 Tot U, die zetelt in de hemel hoog,
124 Laat IsraŽl nu zeggen blij van geest:
125 Wie op den HERE God vertrouwen
126 Toen God de HEER uit 's vijands macht
127 Wanneer de HEER het huis niet bouwt,
128 Welzalig is een ieder / die God van harte vreest
129 Zij hebben immer van mijn jeugd af aan,
130 Uit diepten van ellende / roep ik tot U, o HEER.
131 O HEER, er is geen trots in mij,
132 HEER, denk aan David en zijn eed.
133 Zie toch hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen
134 Gij dienaars aan den HEER gewijd,
135 Halleluja! looft den HEER,
136 Looft den HEER, want Hij is goed,
137 Aan Babels stromen zaten wij gevangen.
138 U loof ik, Heer, met hart en ziel,
139 HEER, die mij ziet zoals ik ben,
140 Bescherm mij, HEER, behoed mijn leven,
141 U, HEER, roep ik, U geldt mijn smeken,
142 Tot God den HEER hief ik mijn stem,
143 O HERE, hoor naar mijn gebeden,
144 Gezegend zij de Heer, die t'allen tijde
145 O Heer, mijn God, Gij koning van 't heelal,
146 Zing, mijn ziel, voor God uw HERE,
147 Lof zij den HEER, goed is het leven
148 Halleluja! Prijst God en zingt,
149 Halleluja! laat opgetogen
150 Looft God, looft Hem overal.