Gezangen
401 Een vaste burcht is onze God,
402 Verheugt u, christenen, tesaam!
403 Wat mijn God wil, geschied' altijd
404 U Here Jezus roep ik aan,
405 Mijn God, waar zal ik henengaan?
406 U heb ik lief, mijn God en Heer,
407 Christus mijn Heer, op U alleen
408 Nu laat ons God de Here
409 Laat ons de Heer lofzingen,
410 Zingen wij van harte zeer,
411 Wilhelmus van Nassouwe
412 O Heer, die daar des hemels tente spreidt
413 De Heer in zijnen troon, zeer schoon,
414 Wilt heden nu treden voor God, den Here,
415 Komt nu met zang van zoete tonen
416 Gelukkig is het land,
417 Hoe groot, o Heer, en hoe vervaarlijk
418 Here, kere van ons af
419 O God die de gedachten
420 Ik hoor trompetten klinken,
421 Zolang als ik op aarde leven zal
422 Wie is het, die zo hoog gezeten,
423 Ach, blijf met uw genade,
424 Looft overal, looft al wat adem heeft,
425 Ga uit, o mens, en zoek uw vreugd,
426 Zou ik niet van harte zingen
427 Beveel gerust uw wegen,
428 Jezus, mijn verblijden,
429 Wie maar de goede God laat zorgen
430 Ik heb U lief, o mijn beminde,
431 Lof zij de Heer, ons hoogste goed,
432 Wat God doet, dat is welgedaan,
433 Al ruisen alle wouden,
434 Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere.
435 O verbreker aller banden,
436 Jezus neemt de zondaars aan.
437 Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht!
438 Heer geef mij vleugels dat ik reis
439 Hoe glanst bij Gods kindren het innerlijk leven,
440 Ik heb de vaste grond gevonden,
441 Komt, kinderen, niet dralen,
442 Jezus, ga ons voor
443 Liefde Gods die elk beminnen
444 Grote God, wij loven U,
445 God heeft mij zijn Zoon gegeven,
446 O Jezus, hoe vertrouwd en goed
447 God gaat zijn ongekende gang
448 Soms groet een licht van vreugde
449 God enkel licht,
450 Mijn ziel, waartoe dit angstig vrezen
451 Alle roem is uitgesloten
452 Verlosser, Vriend, o hoop, o lust
453 Ik weet waar mijn geloven
454 Wat zou ik zonder U geweest zijn,
455 Als Hij maar van mij is
456 Zegen ons, Algoede,
457 Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig,
458 Tot U is het, Heer, dat ik vlucht,
459 Door de nacht van strijd en zorgen
460 Loof de Koning, heel mijn wezen,
461 O hoogt' en diepte, looft nu God,
462 Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de don,
463 O Heer die onze Vader zijt,
464 Alle volken, looft de Here,
465 Van U zijn alle dingen,
466 Als God, mijn God, maar voor mij is,
467 O eeuwge Vader, sterk in macht,
468 Heer, mijn hert is boos en schuldig,
469 Het leven is: een krijgsbanier,
470 Wat vlied' of bezwijk', getrouw is mijn God,
471 Ik heb gejaagd, wel jarenlang,
472 Door uwe donkre sluier heen
473 Neem mijn leven, laat het, Heer,
474 God roept ons, broeders, tot de daad;
475 Geef mij, Heer, mij los te zingen
476 Eeuwig Woord, U willen wij bezingen,
477 Geest van hierboven,
478 Prijst des Heren machtig woord.
479 Aan U behoort, o Heer der heren,
480 Gij hebt, o Vader van het leven,
481 O grote God die liefde zijt,
482 De eersten zijn de laatsten,
483 Gij die alle sterren houdt
484 Waarom moest ik uw stem verstaan?
485 O Christus, wees geprezen!
486 Wij rijken, zeer door U bemind,
487 De Heer heeft mij gezien en onverwacht
488 Zolang er mensen zijn op aarde,
489 Een mens te zijn op aarde,
490 Hier is een stad gebouwd
491 Gij zijt voorbijgegaan,