Gezangen
201 O dag van de verrijzenis,
202 Nu de Heer is opgestaan
203 Die in de dood gebonden lag
204 Jezus Christus, onze Heiland,
205 Nu triomfeert de Zoon van God
206 Komt drinken wij tot lafenis
207 Hoort aan, gij die Gods kindren zijt:
208 De Heer is waarlijk opgestaan,
209 Nu moet gij allen vrolijk zijn.
210 Sta op! - Een morgen ongedacht,
211 Christus is opgestanden
212 Halleluja, de blijde toon,
213 Lof zij God in de hoogste troon,
214 O morgen van verblijden,
215 Christus, onze Heer, verrees,
216 Laat groot en klein
217 Jezus leeft en ik met Hem!
218 Ik zeg het allen, dat Hij leeft,
219 Zingt ten hemel toe,
220 Zingt nu de Heer! Hij zag ons aan,
221 Wees gegroet, gij eersteling der dagen,
222 Jezus is ons licht en leven!
223 De aarde is vervuld
224 Kondigt het jubelend aan,
225 Zingt voor de Heer een nieuw gezang!
226 Gij die der sterren schepper zijt,
227 Gij maakt ons, Jezus, waarlijk vrij,
228 Ten hemel opgevaren is, halleluja,
229 De dag van onze Vorst brak aan.
230 Overwinnaar, grote Koning,
231 Wij knielen voor uw zetel neer,
232 Gij, Jezus Christus, opgestegen
233 Heer, komt in deze tijd
234 Al heeft Hij ons verlaten,
235 In bidden en in smeken,
236 De jaarkring brengt ons in zijn keer
237 Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer,
238 Kom o Geest des Heren kom
239 Kom Schepper God, o Heilge Geest,
240 Kom, Heilige Geest, Here God!
241 Nu bidden wij de Heilige Geest
242 Komt laat ons deze dag
243 Toen eenmaal God terneder kwam,
244 Christus stoot de hemel open,
245 Geest, uit de hemel neergedaald,
246 Gods adem die van boven kwam
247 De Geest des Heren heeft
248 Geweldige, gedreven wind,
249 Wij leven van de wind
250 Kom, Heilge Geest, Gij vogel Gods,
251 De wereld is gewonnen
252 Wat zijn de goede vruchten,
253 O zalig licht, Drievuldigheid,
254 God in den hoog' alleen zij eer
255 Ere zij aan God, de Vader,
256 Niet enkel door het water
257 Halleluja, eeuwig dank en ere,
258 Halleluja, lof zij de Heer!
259 Halleluja! Lof zij het Lam,
260 Stad Jeruzalem verheven,
261 Sion mijn vaderland
262 `Op, waakt op!' zo klinkt het luide.
263 Jeruzalem, gij schone stad,
264 Jeruzalem, o stad zo hoog gebouwd,
265 Jeruzalem, mijn vaderstad,
266 Gods kinderen op aarde
267 Zalig, die in Christus sterven,
268 U heb ik lief, U roep ik aan!
269 Gelijk als de witte zwanen
270 Eenmaal, wanneer mijn uur zal slaan
271 Ach hoe vluchtig, ach hoe nietig,
272 Midden in het leven zijn wij
273 Heer, herinner U de namen
274 O Jezus wees ter plaatse!
275 Er was een kind, dat zwaar en diep
276 Als Godes Zoon, de heerser overal
277 O hoe brandend van verlangen
278 Dag des oordeels, dag des Heren.
279 Het duurt niet lang meer tot de tijd
280 Rechter in het licht verheven,
281 Jezus zal heersen waar de zon
282 God zij geloofd in elk seizoen.
283 Gij zijt de zin van wat wij zijn,
284 O lieve Heer, geef vrede
285 Geef vrede, Heer, geef vrede,
286 Geef aan de wereld vrede, Heer,
287 Waartoe geploegd, als 't zaad
288 Eens komt de grote zomer
289 Morgenglans der eeuwigheid,
290 Er is een land van louter licht
291 Nooit kan 't geloof te veel verwachten,
292 Wegen Gods, hoe duister zijt gij,
293 Wat de toekomst brengen moge,
294 Laat komen, Heer, uw rijk,
295 Aan de deur van 's harten woning
296 Ik kom met haast, roept Jezus' stem.
297 Toch overwint eens de genade,
298 Wij staan ten laatsten kamp gereed,
299 Voor alle heilgen in de heerlijkheid
300 Eens, als de bazuinen klinken