Gezangen
101 Om Christus' wil zijn wij verblijd.
102 God heeft vanouds gesproken
103 De heiligen, ons voorgegaan,
104 Al wie het woord zal horen
105 Christus heeft voor ons geleden
106 Het einde aller dingen is nabij,
107 Wie zich hovaardig heffen,
108 Weest niet verbaasd als u de wereld haat;
109 Hoor een heilig koor van stemmen,
110 Het Lam, voor ons op aard' geslacht,
111 Een stem, die niemand stuit,
112 Als Koning opgetreden
113 Ik zag een troon
114 Ik zag een nieuwe hemel zich verheffen,
115 Die op de troon zat zeide:
116 Daar komt een schip, geladen
117 Hoe zal ik U ontvangen,
118 Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen.
119 Richt op uw macht, o Here der heirscharen
120 Heft op uw hoofden, poorten wijd!
121 God lof! Nu is gekomen
122 Kom tot ons, de wereld wacht.
123 De naam des Heren nadert reeds van verre,
124 Nu daagt het in het oosten,
125 O kom, o kom, ImmanuŽl,
126 Verwacht de komst des Heren,
127 Gaat, stillen in den lande,
128 Kom tot ons, scheur de heemlen, Heer,
129 Geen kracht meer om te leven,
130 De nacht is haast ten einde,
131 O zalig, heilig Bethlehem,
132 Er is een roos ontloken
133 `Ik ben een engel van de Heer,
134 Eer zij God in onze dagen,
135 Hoor, de englen zingen de eer
136 Hoort gij de englen zingen,
137 Hoor de herders, hoe ze Hem loven,
138 Komt allen tezamen,
139 Komt, verwondert u hier, mensen,
140 Prijs de Heer die herders prijzen,
141 Ik kniel aan uwe kribbe neer,
142 U Jezus Christus loven wij,
143 Stille nacht, heilige nacht!
144 Dansen wil mijn hart en springen,
145 Nu zijt wellekome Jesu, lieve Heer,
146 Dit is de dag, die God ons schenkt,
147 Looft God, gij christnen, maakt Hem groot
148 Wees wellekom, ImmanuŽl,
149 O God die met ons zijt,
150 In den beginne was het woord,
151 O Christus, woord der eeuwigheid,
152 Een Kind geboren te Bethlehem,
153 Wij edelingen, blij van geest,
154 O Kerstnacht, schoner dan de dagen,
155 Kind, nu wij om U vrolijk zijn,
156 Van 't vroeglicht van de dageraad
157 Hoe helder staat de morgenster
158 Christus, met eer gekroonde,
159 O Here Jezus, lang verbeid,
160 Komt ons in diepe nacht ter ore:
161 Uit uw hemel zonder grenzen
162 Omdat Hij niet ver wou zijn
163 Gij zijt een mensenzoon, Gij komt van ver,
164 Gij die de ster van David zijt
165 Toen Jezus bij het water kwam,
166 Juicht voor de koning van de Joden,
167 Heer Jezus, licht der wereld
168 O Jezus Christus, licht ze bij
169 Zingt nu de Heer, stemt allen in
170 Meester, men zoekt U wijd en zijd,
171 Christus wandelt langs de straten
172 Een mens te zijn op aarde
173 Alles wat over ons geschreven is
174 Ik wil mij gaan vertroosten
175 O wij arme zondaars, bedelaars onrein,
176 O Liefde die verborgen zijt
177 Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten,
178 Jezus, om uw lijden groot,
179 Wie heeft op aard de prediking gehoord,
180 Gethsťmane, die nacht moest eenmaal komen.
181 Noem de overtreding mij, die Gij begaan hebt,
182 Jezus, leven van ons leven,
183 O hoofd vol bloed en wonden,
184 Met de boom des levens
185 Des konings vaandels gaan vooraan,
186 Zing, mijn tong, bezing het teken
187 Daar gaat een lam en draagt de schuld
188 O Lam van God, onschuldig
189 Mijn Verlosser hangt aan 't kruis,
190 Wie hangt er zo deerlijk, geteisterd, geschonden,
191 Gij wordt voor mij gekruisigd, Heer,
192 O kostbaar kruis, o wonder Gods,
193 O wereld, zie uw leven
194 Dag zo bitter en zo goed
195 Nu valt de nacht.
196 Den Heer wil ik prijzen
197 De dag rijst rood in het verschiet,
198 De mond der aarde spreekt
199 De toekomst van de Heer is daar
200 Heerlijk verschenen is de dag